Heimwee naar Hollandse hapjes
Kroketten met een q
Welkom op Portugal Post! Arthur van Amerongen & Bart Nijman, buren in de Algarve, delen in een briefwisseling in dit muurkrantje wekelijks hun kleine leed over het leven aan de zuidelijke zelfkant van het Europese Avondland.
Vorige week troffen Tuur en Bart elkaar in de supermarkt maar de lekkere trek is nog niet gestild.
Bom dia buurman! Jij vroeg om een onderwerp en ik was van zins je eens stevig te bevragen op de kennelijke haast waarmee je naar je eigen einde aan het hollen bent in die hamsterwielen bovenin het fletse winkelcentrum van Olhão, maar ik bedacht me toen de foto van die twee smakelijk ogende kroketten met mosterd voorbij kwam, die je kennelijk op een klein stukje rijden hiervandaan kunt bekomen bij een daartoe bevoegde, want Nederlandse, horeca-uitbater.
Ik blijf toch nog even hangen in de Hollandse truttigheid, gecentreerd rond dat andere onderwerp dat naast het eeuwige geleuter over het weer altijd ter sprake komt, namelijk de onvermijdelijke vraag: “Wat mis je aan Nederland?”
Zelden volgt een substantieel gesprek uit die vraag, het eindigt bijna altijd bij de culinaire clichés: frikandellen. Haring van de kar. En we moeten de eerste logée nog ontvangen die niet een doos drop uit de rugzak of reiskoffer tovert en stralend aanbiedt met de woorden: “Dit zul je wel gemist hebben!”
Mijn vraag is dus: Wat mis je aan Nederland?
kijk, goede man, eens per week reizen mevrouw van Amerongen et moi naar de Nederlandse winkel in het verre Boliqueime. Wij zijn geen preppers maar met Poetin weet je het maar nooit, dus de atoombunker onder Villa Vischlugt is tot de betonnen nok volgestouwd met drop, rolmops, saucijzenbroodjes, erwtensoep uit blik, bitterballen, frikandellen, kroketten en hagelslag. Bij de Lidl aan de overkant van de Nederlandse winkel halen we Hollandse stroopwafels. Die kosten per 10 stuks net iets meer dan 1 euro, terwijl een stroopwafel in het perfide Mokum tegenwoordig 13 euro kost. Per stuk! Verder verkoopt de Lidl tegen een zeer redelijk prijs kaas die Old Amsterdam wordt genoemd, en ze hebben prima Nederlandse pindakaas.
Jij weet geen ander dat ik werkelijk aan alles verslaafd ben geweest en zo ook aan haring. Soms tot wel zes per dag! Meestal scoorde ik de beessies bij Pietje Altena, die met zijn kar ruim twintig jaar voor het Rijksmuseum stond tot hij werd weggepest door de bloedzuigers van Pyongyang aan de Amstel.
Ik was een haringhapper van de oude school: bij de staart in de muil laten glibberen, zonder wijvengetrut met accessoires. Nooit ui en zuur!
Als ik aan mijn haringtaks zat bij Pietje, ging ik plengen met ijskoude korenwijn en kon de dag, met de rituelen der andere verslavingen, beginnen. Mijn maatje Martijn, je weet wel, afgestudeerd econoom, journalist en voormalige beursbengel die niet ver van jouw villa woont, kwam eens op het onzalige idee om naar de jaarlijkse haringhapperij van de Nederlandse Club te gaan, in een dierentuin in de Algarve. Het vooruitzicht van een kudde zwetende pensionado's met Crocodile Dundee-hoeden en omaatjes met aarsgeweien deed mij kokhalzen. Het vlees was echter weer eens sterker dan de geest en daar stonden we als twee sukkels in de rij voor haring, paling en garnalen. Mijn luide 'goedemorgen dames' - terwijl Martijn mij ondersteunde alsof ik een blinde was - maakt mij niet populair bij de genetisch minderbedeelden. We waren wel de jongste gasten op het festijn. Het was 42 graden in de schaduw in de Krazy World, de verdrietigste dierentuin die ik ooit zag, dus nog droeviger dan die van Kabul, Caïro en Bagdad. In mohammedaanse landen houdt men qua beesten enkel maar van Boerak, het peerd van de Profeet maar in deze roomse negorij verwacht ik toch wat meer dierenliefde, een en ander in de geest van de heilige Franciscus van Assisi.
Uiteindelijk scoorde ik een dozijn haringen in de Krazy World. “Neen juffrouw, ik hoef er geen zuur bij, dat krijg ik wel van uw vis.” We gleden de haringen nog bij de kassa naar binnen terwijl het zweet door mijn bilnaad gutste. “Mis je Amsterdam nu niet, de humor bij de kar?”, vroeg Martijn met volle mond. “Als haringworm, gabber. Ik vluchtte op tijd uit dat hellegat. Anders had ik me daar ook doodgelachen, net als Pietje Altena.“
Maar goed, je vroeg mij wat ik mis. Welnu, ik mis de garnalencroquetten van hofleverancier Cees Holtkamp, die zijn hier niet te krijgen. Dus wil je de volgende keer als je in twee dagen naar je oudjes in Nederland zoeft in je bolide, een dozijn doosjes medenemen?
Bij gebrek aan beter at ik op het terras van Willem’s eetcafé in Monte Gordo twee kroketten van onbekende herkomst, met brood. Ik maakte daar een fotootje van en zette die op Facebook en dat was jou niet ontgaan. Soms ben ik net een oud wijf, buuv, en als ik poezen had gehad, dan zou ik elke dag een foto van ze posten.
Enfin, die krokettenkiek ging viraal zoals dat heet, en wat er toen gebeurde…
Solange Leibovici, een eerbiedwaardige Frans-Nederlandse schrijfster en publiciste, reageerde onder mijn foto met: “Hoe kun je in Portugal, waar het eten zo lekker is, naar een Hollandse eetcafé gaan?”
Een of andere slijmbal uit Belgikistan genaamd Guy Lee Thys schreef daaronder: “Precies!” Die wilde natuurlijk van bil met juffrouw Solange.
Ik was eventjes verbouwereerd en vervolgens werd ik hels. Ik woon potverdomme al 12 jaar in Portugal en madame Leibovici wil dat ik 365 dagen per jaar bacalhau vreet. De stokvis komt mijn neus uit, mevrouw! U eet toch ook niet elke dag gefilte fisj?
Ik blies even in een papieren zak en reageerde, subtiel als ik ben, heel subtiel: ik woon hier al 12 jaar en heb soms zin in een kroket.
Om indruk te maken op de Frans-Nederlandse intellectueel, stuurde ik haar het ietwat korte gedicht Made in Madurodam van Cornelis Bastiaan Vaandrager:
De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant
Bart:
Connaisseur van de goede keuken! Garnalencroquetten, met een q nog wel - die zag ik, tussen alle Hollandse opties van Venco, Van Dobben of de klassieke stroopsoldaatjes, niet aankomen. Maar toch ook weer niet zo uitzonderlijk, want ten eerste: het benne wel kroketten (met een k). En twee, hoewel hier de Portugezen prat gaan op hun camarões, garnalen, die het formaat van een klein hondje kunnen hebben en je met hun enorme kraalogen aanstaren vanuit de vitrine van de visrestaurants, hebben ze hier één significant zeevruchtje helemaal nergens: de Hollandse garnaal, het Haagse bakkie onder de kleine kreeftachtigen. Dat verzuchten mevrouw en ik ook wel eens, dat een lekkere Hollandse garnalencocktail met een goedkoop stukje bladsla, een schijfje komkommer en dan een heerlijke huisgemaakte cocktailsaus ook niet zou misstaan tussen de Portugese aperitivos.
Die Hollandse supermarkt, volgens mij in handen van Indiërs of Aziaten maar in ieder geval niet van een echte polderkruidenier, zijn we regelmatig voorbij gereden maar we dorstten er nooit te stoppen. De buitenkant is echt té Friet van Piet in Lloret de Mar of Broodje van Kootje te Kos. Alsof je kijkt naar een blok Blue Band in een speciale wikkel voor het WK voetbal. Zelfs een foto van de façade, bovenaan deze briefwisseling, geeft al een geur van oud frituurvet in de neus. Ik krijg ineens zin in een goed gegrilde dagverse vis van een nooit schoongemaakt rooster, in het haventje van Fuseta.
Enfin, genoeg over de vaderlandsliefde door de maag - jouw beurt om een wedervraag te stellen en dan zal ik eens kijken of ik ook uit oud werk kan plagiëren in mijn beantwoording. Tot volgende week, vriend!








Hollandse garnalen! Wat een heerlijkheid. Ik moet diep graven in mijn geheugen, want al zeker twintig jaar niet meer van mogen genieten. Eigenlijk zou het een makkie moeten wezen voor jullie om eraan te geraken. Na de vangst gaat een groot deel immers op transport naar Marokko om daar in grote hallen gepeld te worden -met het handje nog, ambachtelijk- door vrouwen die hun man 's ochtends de deur uit zien gaan op weg naar het theehuis om hun tijd te verdoen met 'mannenzaken'. Op de terugweg komen die uitgeklede rakkertjes, ongetwijfeld goed gekoeld, vlak bij jullie langs. Met Arthur's contacten bij de douanes van zowel Portugal als España moet het een fluitje van een cent zijn om af en toe een doosje te laten duiken.
Als het gelukt is ben ik bereid om langs te komen om een whopping cocktailsaus in elkaar te roeren. Veel proeven is daarbij de truuk. Vooral ook in combinatie met die garnalen om de smaakbalans te versubtiliseren en tot een smaakexplosie in het mondje om te bouwen.
En laat die kroketten maar voor wat ze zijn.
@Snip & Snap
[Onderstaande geschreven in dronkenschap, morgen bied ik u mijn excuses aan.]
Bent u nou helemaal besodemieterd? Is dit het? Heb ik me op Nijman1 voor goed geld geabonneerd op de zieleroerselen van zoiets als een Rotterdamse Turk die zijn schotelantenne gericht blijft houden op Ankara, krijgen we op Nijman 2 dit soort rederijkerij en jaren-‘70-epigonie: lulverhalen over opgewarmde, gecremeerde kroketten en prijzen uit de Portugese supermarkt.
Jullie waren zo veelbelovend, de trots der natie, de parkietjes uit de kolenmijn, Portugalvaarders, de kikkers die op tijd uit de pan sprongen. Wat krijgen we er voor terug? Verstokt dedain over driekwartsbroeken, poeppapiertjes in de duinen en campers. Neerkijkerij van Volkskrantniveau, gehuld in een weke laag van zelfgenoegzame artistenretoriek, vorm boven vent, waarnemingen van de koude grond.
Verman u, mijn besten, u kon ooit beter. Rasse schreden, terug komen, tekst, tekst, in Godsnaam tekst, maar niet dit soort kunstmatige middelmatigheid.
[Soms welt het me naar de keel, dan ben ik jonge wijn die het spant uitberst. Tot morgen, dan ga ik op de knieën, desnoods prostraat].